Horen mag in boetezaak niet zomaar achterwege blijven


Verhoor-150x150Als een discussie met de belastingdienst vastloopt, is er vaak geen andere keuze dan het starten van een procedure. Deze fiscale procedure verloopt voornamelijk schriftelijk. Belanghebbende kan echter in de gelegenheid gesteld worden om zijn of haar standpunten mondeling toe te lichten.

De rechtbank nodigt na afloop van het vooronderzoek partijen uit ter zitting te verschijnen voor een mondelinge behandeling. Partijen kunnen tijdens de zitting wederzijds hun standpunten toelichten, eventueel aan de hand van pleitnota’s. Tevens kan de rechter vragen stellen. De zitting is het sluitstuk van de procesgang bij de rechtbank.

De wet biedt de rechtbank echter de mogelijkheid om in het stadium van het vooronderzoek de procesgang te sluiten en het beroep zonder zitting af te doen, een vereenvoudigde behandeling De rechtbank kan dit doen als de voortzetting van het onderzoek niet nodig is vanwege een kennelijk ontvankelijkheid dan wel (on)gegrondheid van het beroep.

Tegen een uitspraak in het kader van een vereenvoudigde behandeling staat voor belanghebbenden verzet open. De uitspraak vermeld deze optie. Tevens dient aangegeven te worden dat partijen kunnen vragen om gehoord te worden. In beginsel dient de rechter aan een expliciet verzoek gehoor te geven.

Een belastingaanslag kan tevens een bestuurlijke boete bevatten. Doordat de fiscale boete doorgaans in hetzelfde aanslagbiljet opgenomen is als de verschuldigde belasting, wordt een bezwaar (en beroep) ook geacht te zijn gericht tegen de boete.

Het horen in een verzet procedure waar tevens een boete om de hoek komt kijken, ligt gecompliceerder dan bij de “Standaard verzetprocedure”. Onlangs heeft de Hoge Raad nogmaals beslist dat in een geschil over een bestuurlijke boete de rechter in bepaalde gevallen gehouden is belanghebbende ambtshalve in de gelegenheid te stellen om te horen. Dit is met name het geval indien een behoorlijk proces als bedoeld in artikel 6 van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (hierna: “EVRM”) daartoe aanleiding geeft.

Wanneer is hier aanleiding toe? Dat heeft de Hoge Raad helaas niet aangegeven in haar arrest. Een boete is te zien als een strafrechtelijke sanctie, waarop speciale regels van toepassing zijn. Deze regels stellen onder andere dat eenieder recht heeft op een eerlijk proces. Belanghebbende dient zich derhalve voldoende te kunnen verdedigen tegen de boete.

Tot zover. Mocht u met betrekking tot vorenstaande vragen hebben, neem dan gerust contact met ons op.

Leave a Reply